Rio
Dulce is de naam van de rivier die van het Meer van Izabal naar de Golf van
Honduras (Caribische Zee) loopt. De rivier komt bij het plaatsje Lívingston
in de oceaan. Op het programma staat een tocht naar deze bijzondere plaats,
waarover later meer. Ik begin alvast met wat foto's van het tropische oerwoud
en de vele witte reigers, aalscholvers en boothuisjes die we gezien hebben.
Rio Dulce is ook de
naam van het plaatsje waar we verblijven, al staat dit op geen enkele kaart.
Op de kaarten die ik gezien heb wordt het Fronteras genoemd. Ons hotel staat
aan de zuidkant van de rivier - eigenlijk gedeeltelijk ìn de rivier zoals je
op onderstaande foto van ons hoteluitzicht kan zien! We hadden een kamer direct
boven het water, zo dicht erbij dat we zelfs een
terraskikker bleken te hebben, niet weg te slaan (hoewel, toen ik er in de donkerte
half op ging staan was ie toch snel weg!).
Het plaatsje zelf
bevindt zich aan de noordkant, bereikbaar via een brug waarvoor je enorm om
moet lopen. Beter is het direct de rivier over te steken met een boot. Het plaatsje
is een ongelofelijke puinhoop, vuil en overal mensen. Wij waren er op zoek naar
een dokter, Jac had last van een ontsteking in zijn arm die acuut was komen
opzetten. Zeer pijnlijk en de arm kon hij nog geen 10 graden omhoog krijgen.
Jac protesteerde zelfs niet toen hij een mitella om kreeg...
Op jacht naar een
dokter dus. In Rio Dulce/Fronteras was er niet veel, al scheen er wel een kliniek
te zijn waar soms een dokter langskwam. Toen we eindelijk de juiste locatie
gevonden hadden temidden van de kippen, er was ook nog een slager en een café
gehuisvest, waren we eerlijk gezegd erg opgelucht dat de dokter er niet was...
Ons werd uitgelegd dat in Morales, de dichtstbijzijnde stad, ladingen dokters
in even zovele 24-uurs klinieken te vinden waren. Kleine bijkomstigheid was
dat deze stad maar liefst 37 kilometer verderop
lag (en ligt)!
Na geruime tijd in de bus, wel leuk authentiek trouwens met al die mensen die vol beladen terugkwamen van de markt, kwamen we aan in het stadje. Inderdaad vonden we wel drie klinieken waar trots '24-uur' boven stond, maar de één had geen dokter, de ander deed niet in dit soort gevallen (?!?) en bij de derde was de dokter 'even weg' maar zou 'zo terug komen'. Dat 'zo' bleek overeen te komen met het 'straks' van Jac (grapje, Jac!), dus na een ruim uur wachten nog geen dokter.
De kliniek zag er
trouwens niet geheel uit zoals bij ons: een donkere ruimte, vuil natuurlijk,
in de wachtkamer stond de fiets van de assistente waarop ze wegsjeesde zogenaamd
om de dokter te halen (ze kwam zonder terug, had hem naar mijn gevoel niet eens
gezien maar verkondigde vrolijk 'Nog 10 minuutjes!') en een enkele glimp richting
aangrenzende behandelruimte beloofde
weinig goeds...
Het had lang genoeg geduurd vonden we. Dat vond de assistente ook wel, dus bood ze behulpzaam wat penicilline aan. De ene soort was nog geschikter dan de andere! Er zat niet altijd een bijsluiter bij, maar geen nood, als die rare buitenlanders een bijsluiter willen lezen dan pakken we er toch één uit dat andere doosje, dat is namelijk precies hetzelfde spulletje alleen wat anders verpakt. En in spuitvorm in plaats van pilvorm, maakt niet uit.
'Gééééééén spuiten!!!',
maakte Jac duidelijk op de toon die hij normaal reserveert voor die gelegenheden
dat ik met pleisters aan kom zetten. Hij heeft geen voorliefde voor spuiten,
maar ik was met hem eens dat de hygiëne van los over de toonbank gestrooide
spuiten wat te wensen overliet. Dus hebben we met het beste Spaans van onze
reisleidster, die ons moedig hielp in deze
donkere uren, een keus gemaakt uit de pillen. Wonder boven wonder hielpen ze
nog ook, de volgende dag was de pijn al een stuk minder!
Samenvattend: het is niet verstandig ziek te worden als je in een klein dorpje in het binnenland van Guatemala verblijft. Hoe dat moet als je er woont? Nou, dan leg je gewoon je eigen apotheekje aan (of je gaat gewoon dood). We hadden een dag eerder van de hoteleigenaar ook zo penicilline kunnen krijgen, maar dat vonden we toen nog wel erg onverantwoord, je moet toch weten wat je moet nemen enzo!
Maar ik zou over onze
boottocht naar Lívingston vertellen. De omgeving was
werkelijk prachtig, ruime uitzichten over water, vissers in wel heel authentieke
bootjes die op zinken lijken te staan, afgewisseld met veel vogels
op
sommige populaire eilandjes - wat vind je van mijn dottige reigerkuiken? En
dan het uitgestrekte mangrovemoeras. Dit heeft gefigureerd als achtergrond voor
de eerste Tarzan film! Hier en daar staan paalwoningen aan de rand van de rivier.
Het leek allemaal een beetje behelpen en ook vervelend, iedere dag die langskomende
toeristen! Met water zeulen was in ieder geval niet nodig, de was doen en in
bad gaan doe je
gewoon
vlak naast het huis. Het water van de rivier was trouwens heel erg warm, wel
meer dan 30 graden, veel warmer dan de regen die al snel nadat we op weg gegaan
zijn op ons neerstriemde! Het zat niet mee nee, want ondanks regenjassen en
parapluies werden we tot op onze onderbroek nat.
Lívingston is een
heel apart plaatsje, waar het leven nog lekker rustig gaat zoals mij verteld
werd door een inlander die zo uit
Jamaica weggelopen scheen te zijn. Heel goed mogelijk trouwens, want Jamaica
ligt niet al te ver oceaanwaarts en in Lívingston wonen 'Garifuna' mensen, afstammelingen
van ontsnapte slaven of schipbreukelingen. De bevolking is voor een belangrijk
deel tegen het zwarte aan gekleurd en de sfeer is duidelijk anders, kalmer,
dan in de Guatemalteekse plaatsen waar we tot nu toe geweest zijn. Helaas wisselde
de ene tropische bui
de
andere af, zodat we niet echt de gelegenheid kregen om van het plaatsje te genieten.
Het was meer sjezen van het ene naar het andere terrasje en goed opletten dat
je niet te ver vooraan ging zitten, want daar had de wind vrij spel. Hier nog
een authentieke foto van twee merkwaardige, nog nèt niet zwarte inlanders. Op
de terugweg begon het weer te gieten, helaas, je hebt van die dagen! Maar dat
leverde wel prachtige uitzichten over het water op, zie boven.
Morgen gaan we de jungle in! Kom je mee?